– 1 Timotheüs 2: 1-6 – ‘Bidden voor Jetten en Zelensky!’

Op biddag horen we de oproep van de apostel Paulus om te bidden voor alle mensen, zonder onderscheid. Wij denken bij bidden vaak aan: bidden voor onszelf. En dat mag ook. Maar tegelijk denken we daarbij ook aan anderen. Want in het Onze Vader komt het woordje ‘ik’ niet voor, wel het woordje ‘ons’!
Ja, en dan vervolgens doet Paulus de oproep om te bidden voor koningen en hooggeplaatsten. Anders gezegd: voor onze koningshuis en onze regering. En misschien is dat wel even slikken voor ons…want als je nu ergens weinig mee hebt, dan is het de overheid wel, zeg je.
Zijn we niet juist in de afgelopen jaren geconfronteerd met een falende overheid?

Denk bijv. aan de toeslagenaffaire en de stikstofcrisis. Denk aan de afkalving van christelijke normen en waarden die in snel tempo plaatsvindt. Denk ook aan de manier waarop de overheid de transgenderideologie promoot en de vrijheid van onderwijs ter discussie stelt.
Nee, het vertrouwen in de overheid is zoek, in grote delen van de maatschappij, ook onder christenen.
En tegen die achtergrond lezen we dan op deze biddag onze tekst uit 1 Timotheüs 2! Paulus roept hier op om smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen. En ook voor koningen en hoog geplaatsten, d.w.z. gezagsdragers. Hoe komt Paulus ertoe om deze oproep te doen?

Vragen om je alvast voor te bereiden:

1.Paulus roept op tot voorbede voor alle mensen. Ga voor jezelf en met elkaar eens na welke mensen en dingen buiten je eigen leefwereld in je gebeden een plaats krijgen. Met andere woorden: hoever reiken onze voorbeden?

2.Onze gebeden kunnen verhinderd worden door allerlei oorzaken. Noem eens concreet een aantal zaken die gebedsverhinderingen zijn.

3.Waarom is het bidden voor overheidspersonen zo belangrijk, zegt Paulus (vers 2 en 3)?