– 1 Korinthe 15: 29-34 - Thema: ‘Nieuwe argumenten’
Toen Daan God lief kreeg en Hem op nummer 1 zette, keken zijn vrienden hem voortaan wat meewarig aan.
Toen duidelijk werd dat Inge de hele Bijbel geloofde werd ze toch geen afdelingshoofd in het stadsverpleeghuis.
Zijn wij bereid om de consequenties van ons christen-zijn te dragen, om de strijd en de risico’s niet te ontlopen?
Maar denk je dan in, dat er geen opstanding van de doden is. Stel je voor dat met de dood voorgoed alles uit is. Waar is al dat lijden en strijden dan goed voor geweest? Waarom zou je er dan nog mee doorgaan? Waarom zouden wij, waarom zou Paulus? Waarom zou hij dan ‘in Efeze tegen de wilde beesten gevochten hebben’?
Maar wat bedoelt Paulus met die woorden in vers 32 en naar welke praktijk verwijst hij in vers 29? De verzen 29-34 lijken op het eerste gezicht helemaal los te staan van het voorafgaande gedeelte, de verzen 12-28.
De verzen 29 en 32 vormen nog wel de meest duistere teksten en hebben uitleggers veel hoofdbrekens gekost.
Met de vraag in vers 29: ‘Wat zullen anders zij doen die voor de doden gedoopt worden?’ neemt Paulus de draad van zijn gedachtegang weer op.
Hij is in dit hoofdstuk immers bezig om de dwaalleer in de gemeente van Korinthe te weerleggen. Sommige Korintiërs zeiden namelijk dat er geen opstanding van de doden is.
Met een enorme reeks van argumenten gaat Paulus daar tegenin.
Vragen:
- Hoe moeten we het ‘zich laten dopen voor de doden’ (vers 29) uitleggen?
- Waar moet je aan denken bij het ‘vechten tegen wilde beesten’ (vers 32)?
- Paulus maakt in deze verzen duidelijk dat wie met Christus verbonden is, zal meemaken wat Hij meemaakte aan vervolging en verdrukking (vers 30-31). Herken je bij andere mensen soms ergernis of irritatie als je ‘nee’ zegt tegen bepaalde dingen of niet meedoet?

Pagina 5 van 134


