– 1 Petrus 1: 1-12 – Thema: ‘Hoop doet leven!’
Er zit je als mens niets zo in het bloed als hopen. Want hoop doet leven. Maar…doet hoop ook echt leven? We zetten achter dat woord hoop vaak een vraagteken.
Als je in het ziekenhuis ligt, zeg je: Ik hoop dat ik snel weer naar huis mag…maar je weet het niet zeker. Of jij zegt: ik hoop dat ik een voldoende heb voor die repetitie, dat ik geslaagd ben voor mijn examen…maar je weet het niet zeker.
Als wij het woord hoop gebruiken, heeft het vaak iets onzekers in zich. Maar in de Bijbel staat achter het woord hoop geen vraagteken, maar een uitroepteken. En daarom zegt Petrus in zijn brief: een christen is een hoopvol mens.
Er was dus kennelijk in het leven van de lezers van zijn brief een tijd dat ze geen hoop hadden, maar dat is anders geworden. De christenen aan wie Petrus schrijft in het huidige Turkije hadden een breuk meegemaakt. Zo blijkt bijv. uit 1:18, 1:14 en 4:3. Daar staat dat ze vroeger de afgoden dienden en een losbandig leven leidden. Een leeg leven, zonder hoop.
Totdat… totdat hun leven was veranderd. De opgestane Christus was hun leven binnengekomen. En daarmee was hun hele leven op zijn kop gegaan. Ze waren opnieuw geboren ‘tot een levende hoop’ (vers 3). Tegelijk waren ze door te luisteren naar Jezus’ stem, vreemdelingen geworden in hun eigen dorp en stad.
Deze zondag willen we een begin maken met een serie preken over de eerste Petrusbrief. Vragen om je alvast voor te bereiden:
- Petrus spreekt zijn lezers aan als ‘vreemdelingen’ (vers 1). Voel jij jezelf weleens als een vreemdeling in je omgeving? In welke situatie?
- Petrus looft God dat Hij de gelovigen ‘opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop’ (vers 3). Ben jij op deze manier wedergeboren?
- Het kennen van Jezus Christus geeft een diepe vreugde (vers 6/8). Wanneer heb jij die vreugde sterk ervaren?

Pagina 1 van 142


