Meditatie

Op zoek naar vreugde in het ambt

Aan een huis is altijd werk te doen

Ds. Mensink ziet de gemeente als een huis van levende stenen die altijd in beweging is. Dat zie je als ambtsdrager als je je bevindt in de gemeente. Je komt van alles tegen, zoals mooie en minder mooie dingen. Bijv. jongeren met een sterk verlangen tot Bijbelstudie en ontmoetingen onderling, maar ook jongeren die de gemeente verlaten, toe- of afnemend kerkbezoek, eenzaamheid onder jongeren en ouderen, mensen met relatie- en gezinsproblemen, zorgen over het vinden van vrijwilligers of over invulling van de ambten, etc.
Zondag aan zondag ontvangt de gemeente leiding door de predikant die Gods woord ontvouwt. De heilige Geest werkt  d.m.v. deze prediking in de harten van de toehoorders en geeft troost, vermaning en onderwijs.
Bij dit alles is de kerkenraad verantwoordelijk en geroepen om leiding te geven aan het geestelijk leven van de gemeente. Typerend voor dit geestelijk leven is geloof, hoop en liefde waarbij zowel ouderlingen als diakenen de geestelijke gezondheid van de gemeente dienen te bewaken.

Naast dit alles is er ook beleid van de kerkenraad nodig.
Dit beleid wordt beschreven in een beleidsplan, waarin de kerkenraad haar verantwoordelijkheid neemt en o.a. vastlegt wat het gepredikte woord kan versterken. Dit beleidsplan dient ook elke vier jaar getoetst te worden. Niet voor iedere ambtsdrager is dit iets om naar uit te kijken. Soms kan je het gevoel hebben dat je beter op huisbezoek had kunnen gaan i.p.v. discussie te voeren over het volgen van het beleidsplan voor de komende jaren... maar ook dit behoort tot je verantwoordelijkheid om de gemeente te leiden.

Als suggestie gaf ds. Mensink mee om regelmatig gesprekken te voeren in kleine groepjes, bijv. over de liturgie. Het voordeel is dat de ook wat stillere ambtsdragers aan het woord kunnen komen. Met een vorm van SWOT-analyse kun je nadenken over wat de gemeente op dit moment nodig heeft. Wat zijn de sterke of zwakke punten in het gemeenteleven, welke kansen of bedreigingen zien we? Beantwoordt de gemeente aan haar geestelijke roeping en identiteit etc.? Door deze zaken in kleine groepen te bespreken, spreek je eerder van hart tot hart. Hierdoor ontstaat een sterke binding als ambtsdragers onder elkaar, zeker als je ook nog met elkaar bidt.
Deze momenten en gesprekken op het niveau van hart en geloof zijn nodig om de discussies niet zakelijk en oppervlakkig te laten zijn.
Zo ontstaat beleid met inhoud en geestelijk draagvlak waarbij elke ambtsdrager zich betrokken en verantwoordelijk voelt.

Een beleidsplan kan het best uit drie onderdelen bestaan:

  1. Het eerste onderdeel is de identiteit en roeping van de gemeente. Hierbij geeft de kerkenraad aan dat de gemeente in de gereformeerde traditie wil staan wat tot uiting komt in prediking, de sacramenten en de ambten.
  2. Het tweede onderdeel is een beschrijving van bestaand beleid. Beleid dat rust op besluiten die in voorgaande jaren, decennia genomen zijn.
  3. Het derde onderdeel beschrijft de thema’s waarop de kerkenraad zich de komende jaren wil bezinnen.

Wat heb je als ambtsdrager nodig om aan de gemeente geestelijk leiding te geven?

In de eerste plaats vooral liefde. Liefde is een vrucht van de Heilige Geest. Deze leert ons om de gemeente lief te hebben ondanks haar tekortkomingen. Dat de Heere Jezus zelf hierin voor ons het grote voorbeeld mag zijn, Hij is niet gekomen om te heersen, maar om te dienen. Zo moeten wij in het ambt staan: met liefde God en zijn gemeente dienen.
Als kerkenraad hebben wij verantwoording aan de Heere af te leggen.
In de tweede plaats moed. Leidinggeven vraagt de moed om voorop te gaan, de moed om keuzes te maken en daar ook samen voor te staan. Je hebt die moed nodig om de gemeente net iets voor te zijn, en zo het voortouw te nemen.
Doe je dat niet, dan neemt de gemeente of groepen in de gemeente de leiding over wat tot verwarring of soms frustratie kan leiden.
Moed is nauw verwant aan geloof. Geloof dat niet bang is maar alles verwacht van de Heere.

Ter afsluiting: om geestelijke leiding te geven is vooral gebed nodig. Gebed maakt ons afhankelijk van God. Gebed maakt ons klein en houdt ons nederig. Het bewaart voor hoogmoed en zelfoverschatting.
Ik sluit mij aan waar ds. Mensink dit hoofdstuk mee besluit: Laat de kerkenraad vooral een gebedskring zijn!

Inleiding kerkenraadsvergadering 18 januari 2024

n.a.v. hoofdstuk 9 uit het boekje ‘Op zoek naar vreugde in het ambt’ door Gert Aangeenbrug