– 1 Petrus 3:13-22 – Thema: ‘Rekenschap geven van je hoop en van je doop’

‘Jij bent toch christen, wat geloof je dan precies?’ Het kan zomaar gebeuren dat iemand dat aan jou vraagt. Een medestudent, een collega. Wat antwoord je dan?
Het is belangrijk om daarover na te denken. Want het is vandaag niet altijd gemakkelijk om christen te zijn. Je merkt soms dat het gesprek stilvalt wanneer je over je geloof begint. Of je wordt vreemd aangekeken omdat je andere keuzes maakt. Of je zwijgt liever, omdat je bang bent om niet begrepen te worden. Maar wat nu, als je gevraagd wordt wat het geloof inhoudt?
Petrus schrijft aan christenen die zich vreemdeling voelen in hun eigen land. Hun geloof maakt hen niet altijd geliefd. Ze krijgen te maken met laster, discriminatie en onrecht.

De vraag is dan: hoe blijf je trouw aan Jezus Christus wanneer dat iets kost? Waar haal je de moed vandaan om te getuigen wie Jezus voor je is?
Petrus roept de christenen op altijd bereid te zijn om rekenschap te geven van hun geloof in Jezus. Als je de kans krijgt, moet je vooroordelen wegnemen en vertellen welke hoop jou gaande houdt.
Maar waar haal je de kracht vandaan om rekenschap te geven van de hoop die in je is? Die kracht haal je uit de doop! Want die verbind je met Jezus, die heeft geleden (vers 18), die is opgestaan (vers 21) en die regeert (vers 22). En Jezus geeft de kracht van zijn nieuwe leven er in door. Wat is het dan een zegen als je gedoopt bent.

Vragen om je alvast voor te bereiden:

  1. Waarom wordt er sneller naar ons geloof gevraagd dan naar onze hoop? Wat hoop jij ten diepste?
  2. Wat kom jij het meeste tegen: weerstand tegen het christelijk geloof, onverschilligheid of belangstelling voor het christelijk geloof?
  3. Petrus roept zijn lezers nadrukkelijk op om te leven vanuit hun doop.
    Heeft jouw doop van jou een hoopvoller mens gemaakt? (indien ja: in welke zin?)
    Ben je er ook actiever door geworden?