– 1 Petrus 3:1-12 – Thema: ‘Zegenend leven’

Is dat vandaag nog vol te houden? De man als ‘hoofd van de vrouw’. Dat klinkt als: de man is de baas, de chef, hij maakt de dienst uit.
De vrouw die haar man ‘onderdanig’ moet zijn. Dat heeft vandaag een uitgesproken negatieve gevoelswaarde: kruiperig, slaafs, onderworpen.
Zijn de verhoudingen zoals die in de Bijbel worden getekend niet volstrekt uit de tijd? Spreekt Petrus vanuit de verhoudingen destijds? Vandaag liggen die verhoudingen toch heel anders? Zo gaan we toch niet meer met elkaar om?
Petrus spreekt in hoofdstuk 2 en 3 over allerlei verhoudingen: die tussen overheid en burgers, tussen werkgevers en werknemers, tussen vrouwen en mannen.
Hij ziet kansen en mogelijkheden om in de bestaande menselijke verhoudingen het voorbeeld van Christus, Die lijden en onrecht verdroeg, te laten doorwerken (2:21).

Daarom rust hij zijn lezers toe om in hun omgeving tot zegen te zijn, zelfs wanneer die omgeving vol is van spot en kwaadsprekerij.
Deze roeping om zegenend te leven werkt Petrus uit voor achtereenvolgens getrouwde vrouwen in de gemeente (vers 1-6), getrouwde mannen (vers 7) en tot slot voor alle gemeenteleden, jong en oud, gehuwd of single (vers 8-12).
In de Vroege Kerk waren veel vrouwen tot geloof gekomen, terwijl hun mannen nog de oude godsdienst bleven aanhangen. Petrus roept hen op zich in de gangbare huwelijksverhouding te blijven voegen. Zo voorkom je dat je aanstoot geeft en het Evangelie in een kwade reuk komt te staan. Probeer de man door een respectvolle levenswandel tot Christus te trekken. En laat de man met begrip en geduld met zijn vrouw samenleven en haar hooghouden

Vragen om je alvast voor te bereiden:

  1. In 1 Korinthe 11, Efeze 5 en 1 Petrus 3 gaat het over de verschillende plek van man en vrouw in huwelijk en maatschappij. Hoe komt dit op je over?
  2. Als jijzelf in God gelooft en Hem wilt dienen maar je partner gelooft niet, hoe ga je daarmee om? Wat leer je van Petrus?
  3. Er is veel aan de hand in huwelijken en relaties. Ook schrikken we op als we ineens geconfronteerd worden met een scheiding.
    1. Wat kan vers 8 betekenen bij vers 1-7?
    2. Neem je je plek in de gemeente ook in als een broeder of zuster, of ervaar je dat heel anders? Hoe dan?