– Mattheüs 3:13-17 – Thema: Jezus’ doop en onze doop
Stel je voor…In het gebouw van de vreemdelingenpolitie in Amsterdam zit een bonte groep van mensen van allerlei nationaliteiten bij elkaar. Ieder in afwachting van zijn of haar beurt om de verblijfsvergunning te laten verlengen.
Tussen al die mensen zit burgemeester Femke Halsema. Een van de ambtenaren achter de loketten ontdekt haar. Natuurlijk zal hij naar de burgemeester toegaan en haar de verwonderde vraag stellen, wat mevrouw Halsema als Nederlander en bovendien nog burgemeester hier komt doen!
Even vreemd is het dat Jezus zich samen met andere volksgenoten bij Johannes voor de doop aanmeldt. Johannes kan zijn ogen niet geloven: dit is toch de wereld op zijn kop?
En daarom is Johannes’ reactie zo begrijpelijk. Hij wil Jezus tegenhouden en zegt: ‘U hebt de doop niet nodig. Ik wel, doopt U mij maar’.
Maar dan zegt Jezus tegen Johannes: ‘laat het nu gebeuren’. Jezus wil gedoopt worden om daarmee te laten zien waarvoor Hij naar deze wereld gekomen is.
Vragen om je alvast voor te bereiden:
- 1.Wat betekent het voor ons dat Jezus gedoopt wil worden? Wat is in dit verband de betekenis van ‘alle gerechtigheid vervullen’ in vers 15?
- Welke lijnen zie je lopen tussen Jezus’ doop en onze christelijke doop?
- Waarom daalde de Heilige Geest op Jezus neer? Waarom hebben wij de Heilige Geest nodig?



