– Johannes 10: 1-21 - Bediening Heilige Doop
Een aantal jaren geleden bezocht ik in Rome de catacombe van Sint Callixtus. Daar is de oudste afbeelding van de Heere Jezus te vinden. Het is een jonge herder met op zijn schouder een schaap. Ontroerend om te zien: de Heere Jezus die je draagt als je niet meer verder kunt en je brengt naar de stal.
In Johannes 10 gebruikt Jezus dit beeld om duidelijk te maken wie Hij is en hoe Hij omgaat met Zijn volk, Zijn kudde. Voor Johannes en de lezers van zijn evangelie hoorde het bij het dagelijks leven van die tijd.
In dit verband zegt Jezus: Ik ben de deur voor de schapen, vers 7. Ik ben de goede Herder, vers 11. Duidelijker kan toch niet, zou je zeggen? Maar voor de Farizeeën en Schriftgeleerden is het niet duidelijk. Ze begrijpen het niet, zo lezen we in vers 6.
Jezus doet deze uitspraken midden in het conflict met de Joodse leiders over wie Hij, Jezus, is. In Johannes 9 is de botsing met hen tot een hoogtepunt gekomen. Niet voor niets volgt hoofdstuk 10 op de geschiedenis van de blindgeboren man die door Jezus genezen is...
Vragen die bovenkomen:
- Wat roept dit beeld van een herder bij je op?
- Wat is het verschil tussen een herder en een huurling (vers 12-13)?
- Waarin is de Goede Herder uniek?
- Welke lijnen naar de doop zie je vanuit dit Bijbelgedeelte lopen?